Het Nationale Hoofddoek Onderzoek
“Beeldvorming strookt niet met realiteit”
Draagsters van een hoofddoek zijn blij met de resultaten van het Nationale Hoofddoek Onderzoek, uitgevoerd door Motivaction. Maar er is ook verontwaardiging over de uitkomsten. Het beeld dat de Nederlanders hebben van de hoofddoek en hun draagsters staat namelijk mijlenver van de realiteit. ,,Nederlanders kunnen nu nooit meer zeggen dat ze het niet wisten,’’ zei een hoofddoek dragende moslima desgevraagd.
5 MISVERSTANDEN
(Aangetoond met representatief en onafhankelijk onderzoek door Motivaction)
Misverstand 1. Alle moslima’s moeten een hoofddoek dragen.
Feiten: Niet meer dan zes op de 10 Nederlandse moslima’s in de leeftijd van 15-35 jaar draagt een hoofddoek. Dat zijn ongeveer 80.000 jonge vrouwen. 40.000 moslima’s gaan door het leven zonder hoofddoek. In meer dan de helft van de gezinnen (53%) waar de moeder een hoofddoek draagt, doet geen enkele dochter of niet alle dochters dit.
Misverstand 2. Alle meisjes beginnen op hun dertiende met een hoofddoek.
Feiten: De gemiddelde leeftijd waarop de moslima besluit met een hoofddoek door het leven te gaan is 19 jaar. Slechts 16% is een hoofddoek gaan dragen op haar 13e of 14e.
Misverstand 3. Moslima’s dragen de hoofddoek niet uit vrije wil.
Feiten: De gemiddelde Nederlander denkt dat een op de drie draagsters dit niet uit vrije wil doet. Dit is ‘slechts’ bij een van de negen draagsters het geval. Voor bijna negen op de tien draagsters is de hoofddoek een bewuste keuze, een eigen keuze. 87% zegt hier nooit aan te twijfelen. Liefst 93% draagt de hoofddoek met trots.
Misverstand 4. De hoofddoek is er om de aantrekkelijkheid te verbergen.
Feiten: Van de ondervraagde moslima’s met een hoofddoek geeft 88% aan zich juist wel aantrekkelijk te voelen met een hoofddoek. Slechts 15% draagt een hoofddoek om haar aantrekkelijkheid te verbergen. De hoofddoek maakt onderdeel uit van haar identiteit.
Misverstand 5. Nederland heeft een probleem met de hoofddoek.
Feiten: Een op de vijf Nederlanders (22%) vindt dat de hoofddoek verboden moet worden. De helft van Nederland (48%) heeft er geen probleem mee als vrouwen een hoofddoek dragen. Onder jongeren neemt begrip begrip en tolerantie toe; van de vrouwelijke leeftijdsgenoten heeft 63% geen probleem met de hoofddoek. Bedrijven en instellingen die niet duidelijk zijn in hun hoofddoekenbeleid creëren een probleem voor zichzelf hiermee.
NEDERLAND INTOLERANT; JEUGD BEGRIPVOLLER DAN POLITIEK
De nu 26-jarige Samira startte op haar 19e met een hoofddoek. Het was een weloverwogen besluit. Diep van binnen voelde zij dat ze er klaar voor was. En met haar zovelen, blijkt uit het onderzoek van Motivaction.
Van de vrouwen die nu geen hoofddoek dragen (41 procent) verwacht 18 procent dit in de toekomst zeker te gaan doen en 60 procent misschien. Het wachten is op het juiste moment. Sommige moslima’s zijn ontvankelijk voor de negatieve publieke opinie. 85 procent van de ondervraagde moslima’s is niet blij met de houding van de politiek ten aanzien van de hoofddoek.
Uit ons onderzoek blijkt dat 8 procent van de Nederlanders voorstander van een hoofddoekenbelasting. 22 Procent van de ondervraagde Nederlanders vindt zelfs dat het dragen van een hoofddoek verboden moet worden. Beangstigend, noemt de 26-jarige Samira deze conclusie. ,,Moslima’s weten dat veel Nederlanders afkeurend staan tegenover het dragen van een hoofddoek. Het gevolg hiervan is dat ze zich in de steek gelaten voelen door de maatschappij. En dus zoeken ze iets wat ze nooit in de steek heeft gelaten, namelijk het geloof.’’ Dat het dragen van een stukje stof tot zoveel protest leidt, vinden de vrouwen van Turkse en Marokkaanse afkomst eng. Het zegt volgens hen iets over de intolerante Nederlander. ,,Misschien als ik ooit trouw en kinderen krijg. Momenteel sta ik nog niet zo sterk in mijn schoenen. Als het wat meer geaccepteerd zou worden, had ik het misschien allang gedaan.’’
33 procent van de Nederlandse bevolking vindt dat we toleranter moeten zijn ten aanzien van het dragen van een hoofddoek. Bij jongeren ligt dat percentage hoger. De 23-jarige Nederlandse Anna is het hiermee eens. Tijdens haar opleiding op InHolland in Rotterdam Zuid leerde ze veel moslima’s kennen. Naast haar studie gingen ze ook samen op stap. ,,In het begin had ik een ander beeld van meisjes die een hoofddoek droegen. Omdat ik zelf uit een dorp kom, kende ik alleen de negatieve verhalen die via het nieuws verspreid werden. Hierdoor dacht ik dat ze onderdrukt werden en dat ze van hun vader een hoofddoek op moesten. Door mijn opleiding in de grote stad hoorde ik de andere kant van het verhaal. Ergens schaam ik me er een beetje voor dat ik toen zo dacht. Nu zou ik dat nooit meer doen.’
Moslima’s zijn op de hoogte van dit beeld, toch denken velen dat naarmate de jaren verstrijken er onder de jongeren steeds meer saamhorigheid ontstaat. De 21-jarige Nadia is van mening dat dit in de grote steden zoals Rotterdam en Amsterdam steeds meer tot uiting komt. ,,In de stad leven bevolkingsgroepen steeds meer samen. Moslima’s gaan naar school, halen hun diploma en vinden uiteindelijk een baan. In deze levensfases komen ze in contact met verschillende mensen. Jaren geleden was dat anders, toen leefden verschillende groepen meer gescheiden. Tijden veranderen.’’Toch maken ook deze jonge moslima’s zich zorgen om de toekomst. In de samenleving gaat de jeugd steeds meer met elkaar om, terwijl in de politiek de discussie over hoofddoeken, moslims en de islam steeds heftiger wordt. Een duidelijk contrast.
HOOFDOEK EN HET GEZIN
“MIJN VADER WIL NIET DAT IK EEN HOOFDDOEK DRAAG”
In sommige gezinnen wordt het juist gestimuleerd geen hoofddoek te dragen. In andere gezinnen draagt de ene zus er wel en de andere niet. En als moeder een hoofddoek draagt, wordt niet automatisch verwacht dat de dochter dat ook doet.
Sema, 26 jaar: “Toen ik een jaar of 8 was, droeg ik een hoofddoek omdat mijn vriendinnen er ook een droegen. In mijn korte broek voetbalde ik samen met de jongens. Ik heb het anderhalf jaar volgehouden. Op een dag besloot ik dat het niet mijn ding was.’’
Van de geïnterviewde hoofddoekdraagsters geeft 98 procent aan dat hun moeder ook een hoofddoek draagt. Zo moeder, zo dochter, zou je denken. Toch blijkt dat dit niet opgaat. Bij de niet-draagsters heeft 56 procent van de moeders namelijk wel een hoofddoek op. Het is dus geen automatisme dat de dochter het gebruik van de moeder overneemt. Ook is het in een gezin met meerdere dochters geen voorwaarde dat wanneer één moslima een hoofddoek draagt, de zussen automatisch haar voorbeeld opvolgen. In meer dan de helft van de gezinnen (53 procent) draagt geen enkele zus (29 procent) of niet alle zussen (24 procent) een hoofddoek. Als de hoofddoek een symbool van onderdrukking is, zouden alle vrouwelijke gezinsleden een hoofddoek moeten dragen. Dit is niet het geval.
In sommige gezinnen wordt het juist gestimuleerd om zonder hoofddoek door het leven te gaan, zoals bij de 28-jarige Marokkaanse Mariam het geval was. “Op mijn 17de besloot ik een hoofddoek te dragen. Mijn ouders waren hier niet blij mee, hoewel mijn moeder er zelf ook eentje droeg. In die tijd werkte ik bij mijn vader in de stomerij. Omdat hij veel Nederlandse klanten had, vroeg hij of ik mijn hoofddoek anders kon dragen. Naar achteren in plaats van naar voren. Hij was bang dat zijn klanten anders een verkeerd beeld zouden krijgen, dat ze me niet serieus zouden nemen. Ook mijn moeder voorzag problemen rondom het dragen van een hoofddoek. Ze was bang dat ik nooit een goede baan zou vinden als ik hem ophield. Het afmaken van mijn opleiding en een goede carrière vonden zij erg belangrijk. Vaak gaven ze aan dat ze wilden dat ik het beter zou krijgen dan zij. Een hoofddoek zou hierbij in de weg kunnen zitten. Desondanks heb ik hem altijd opgehouden. De hoofddoek hoort bij mij.’’
Mariam snapt het punt van haar ouders, maar besloot de hoofddoek toch te dragen. Uit haar verhaal blijkt dat haar vader bang was dat zijn Nederlandse klanten een ander beeld zouden krijgen. Volgens hem worden dames die een hoofddoek dragen nog steeds met andere ogen bekeken. Ook Mariam zelf geeft aan af en toe anders behandeld te worden dan vrouwen zonder hoofddoek. Zo denken mensen vaak dat ze de Nederlandse taal niet goed beheerst, dat ze onderdrukt wordt en dat ze niet voor zichzelf opkomt. In de praktijk blijkt dit niet zo te zijn. Mariam ziet zichzelf als een sterke, onafhankelijke Nederlands-Marokkaanse moslima die zich door niemand laat onderdrukken.
HOOFDDOEK EN ARBEIDSMARKT
“IK KREEG DIRECT EEN AFWIJZING”
Een hoofddoek dragen zorgt vaak voor problemen wanneer een moslima zich op de arbeidsmarkt begeeft. Vaak geven zij aan geen passende baan te kunnen vinden, beledigende opmerkingen naar hun hoofd geslingerd te krijgen en niet serieus genomen te worden.
Uit het onderzoek blijkt dat 41 procent van de draagsters die hun hoofddoekje afdOEN, gestopt zijn om hun kansen op een baan te vergroten. Van alle vrouwen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond die momenteel geen hoofddoek dragen, heeft 18 procent dat ooit wel gedaan. Ook deed 19 procent van de geïnterviewde moslima’s hun hoofddoek af om niet meer gediscrimineerd te worden en 11 procent zei de hoofddoek vaarwel om in het algemeen met meer respect behandeld te worden.
De hoofddoek wordt door bedrijven vaak als iets negatiefs gezien, wat onder de moslima’s veel teleurstelling en verontwaardiging veroorzaakt. Mijn hoofddoek zegt toch niets over mijn kwaliteiten? geven ze vaak aan. Helaas blijkt dat discriminatie ten opzichte van de hoofddoek nog steeds bestaat, zo ook uit het verhaal van Samira.
“Toen ik een baan zocht als lerares, kreeg ik tijdens sollicitaties vaak de vraag of ik bereid was om mijn hoofddoek af te doen. Dit gebeurde niet één, maar meerdere keren. Natuurlijk doe ik mijn hoofddoek niet af. Als ik dat zou doen, zou er nooit wat veranderen aan het beeld dat bedrijven en instellingen hebben over vrouwen met een hoofddoek. Een hoofddoek maakt je niet minder dan iemand zonder hoofddoek. Ik spreek perfect Nederlands en ben een goede lerares, al zeg ik het zelf. Ik heb mijn opleiding zelfs cum laude afgerond. Gelukkig kreeg ik na verschillende afwijzingen uiteindelijk toch een baan op een christelijke school, maar nog steeds merk ik dat sommige collega’s liever zien dat ik mijn doekje af doe. Dat gaat nooit gebeuren. Het is een onderdeel van wie ik ben.’’
Het overgrote deel van de moslima’s denkt dat een bedrijf of instelling liever geen vrouwen met een hoofddoek in dienst heeft, in totaal 62 procent. Het percentage Nederlandse leeftijdsgenoten die denken dat dit zo is, ligt nog hoger. Maar liefst 78 procent van de ondervraagden denkt dit. Alle ondervraagden raken hier een gevoelige snaar. Nog steeds zijn er veel bedrijven die de hoofddoek liever zien gaan dan komen. Ook onder de Nederlandse ondervraagden blijkt dat een hoofddoek niet thuis hoort in bepaalde beroepen. Slechts 29 procent van de Nederlandse leeftijdsgenoten en 24 procent van de Nederlanders vindt dat je in ieder beroep een hoofddoek zou mogen dragen. Een aanzienlijke minderheid, vooral wanneer gekeken wordt naar de mening van moslima’s. 85 Procent van de ondervraagde moslima’s vindt namelijk dat je in ieder beroep een hoofddoek zou moeten mogen dragen.
In het Nationale Hoofdboek Onderzoek van Motivaction wordt aangegeven dat een duidelijk beleid van scholen, instellingen en bedrijven met betrekking tot de hoofddoek een goede oplossing kan zijn. Dat voorkomt een hoop gedoe achteraf. Nu is het altijd gissen naar de reden van afwijzing, hoor ik vaak tijdens gesprekken met moslima’s. Bedrijven geven het niet toe of vragen hen beleefd of de hoofddoek toch niet af kan. Wanneer het antwoord nee is, ligt een afwijzing op de loer. “Ooit had ik een telefonische sollicitatie waarin het bedrijf aangaf enorm enthousiast te zijn over mijn CV”, zegt een 26-jarige draagster die Natuurkunde heeft gestudeerd. “Toen ik eenmaal op gesprek kwam, schrokken ze duidelijk van mijn hoofddoek. Ik kreeg direct een afwijzing.’’ De jonge vrouw vond de gang van zaken oneerlijk en respectloos. Het demotiveerde haar om bij andere respectabele bedrijven te solliciteren.
Bovendien vragen veel meiden zich af waarom het wel gerechtvaardigd is om een pet of een hoed te dragen. Natuurlijk snappen zij wel dat het gaat om het uitdragen van een geloof , maar dat is het dragen van een kruisje volgens hen ook. “Een duidelijker beleid neemt de onzekerheid een beetje weg”, vindt Samira. “Ik sta daar voor honderd procent achter.’’
Nederlander vinden dat het in beroepen als schoonmaakster (84 procent), radiopresentatrice (82 procent), supermarktcaissière (70 procent), buschauffeur (58 procent) en verpleegster (54 procent) wel toegestaan is om een hoofddoek te dragen. De reacties van geïnterviewde moslima’s logen er niet om. De vrouwen die ik de resultaten voorlegde, maakten kritische opmerkingen over deze uitkomsten. “Een moslima met hoofddoek die graag wil presenteren, mag dat dus alleen doen als ze niet gezien wordt?’’ vroegen ze zich af. Bovendien vielen de geopperde banen zoals schoonmaakster en caissière in het verkeerde keelgat. De vrouwen met een Turkse en Marokkaanse achtergrond vonden het stereotyperend. “Verschrikkelijk, het lijkt alsof hoofddoekdragers alleen lager betaalde baantjes mogen hebben’’, zegt Fatma over de mening van de Nederlandse bevolking. “Over representatieve functies hoor je ze niet.’’
Uit de uitkomsten van Grote Hoofdboek Onderzoek die in het Hoofdboek gepresenteerd worden, lijkt het alsof Nederlanders nog steeds moeite hebben om hoofddoekdraagsters in representatieve en goedbetaalde functies te zien. Afgezien van de verpleegster en de radiopresentatrice, zijn het alleen de laagbetaalde banen waar ze moslima’s met een hoofddoek in goedkeuren. En dat terwijl moslima’s steeds hoger op de sociale ladder klimmen, vooral wanneer men hen vergelijkt met eerdere generaties. Een hoofddoek op de universiteit of hogeschool is geen probleem. Het echte probleem ontstaat pas wanneer ze een baan op hun niveau willen. Uit het onderzoek blijkt echter dat de gemiddelde Nederlander de hoofddoekdraagster liever niet in bepaalde beroepen ziet. Dit staat de emancipatie en de acceptatie van de hoofddoekdraagsters behoorlijk in de weg. Zij voelen de negativiteit rondom de hoofddoek.
Opvallend is ook dat 44 procent van de Nederlandse leeftijdsgenoten het niet gepast vindt wanneer een chirurg een hoofddoek draagt. Erg bijzonder, vooral wanneer je nagaat dat een chirurg altijd onherkenbaar achter de operatietafel staat. Verpleegster bleek, volgens de Nederlanders, wel een gepast beroep voor iemand met een hoofddoek. Het lijkt erop dat Nederlanders de hoofddoek in beroepen met meer status, minder accepteren dan wanneer het om lagere functies gaat. “En dat terwijl meisjes met hoofddoeken vaak extra geschikt zijn voor beroepen zoals ambtenaar en chirurg. Het zijn meestal hardwerkende vrouwen die bijna niet uitgaan, niet drinken en niet roken, goed hun best doen op school en hun baan serieus nemen”, vinden Sema en Fatma.
De vrouwen geven aan het vaak te merken, wat het extra frustrerend maakt. Het beeld van de moslimvrouw met hoofddoek die niet naar school gaat, trouwt en kinderen krijgt, is volgens hen al lang achterhaald. Het percentage moslima’s dat naar de universiteit of het HBO gaat, is voor draagsters en niet-draagsters gelijk (12 procent). Wel zijn de draagsters eerder fulltime huisvrouw dan de niet-draagsters (24 procent tegenover 7 procent), maar de vraag is nu of ze daarvoor gekozen hebben, of dat ze geen passende baan konden vinden.
HOOFDDOEK EN MODE
“SOMS COMBINEREN ZE HET MET EEN SKINNY JEANS, STRAKKE TRUITJES EN VEEL MAKE-UP”
Voor iedere stemming een andere kleur. De hoofddoek kan op verschillende manieren gedragen worden. Zo dragen vrouwen van Marokkaanse afkomst de hoofddoek vaker in één kleur terwijl vrouwen van Turkse afkomst eerder kiezen voor een print of een patroon.
Op bruiloften en feestdagen wordt een ander soort hoofddoek gedragen dan wanneer de vrouwen naar hun werk of school gaan. De hoofddoek wordt steeds modieuzer, 75 procent van de draagsters is de afgelopen jaren meer gekleurde hoofddoeken gaan dragen. Dat wil echter niet zeggen dat de hoofddoek een fashion statement is. Op de eerste plaats is de hoofddoek nog steeds een uiting van je identiteit als moslima. Dat het daarnaast volgens 32 procent ook een mode-item is geworden, is mooi meegenomen.
Mariam begrijpt dat de hoofddoek de laatste jaren modieuzer is geworden. Volgens haar houden vrouwen van Turkse en Marokkaanse afkomst van leuke kleding. De hoofddoek volgt dan automatisch. Zelf draagt ze kleurrijke kleding, maar haar hoofddoek heeft vaak een neutrale kleur. “Ik heb geëxperimenteerd met andere kleuren en stijlen. Het meeste vond ik niet staan, het paste niet bij mijn hoofd. Vaak draag ik een simpele witte, beige of zwarte hoofddoek. Als ik andere meiden zie bij wie het wel goed staat, vind ik dat erg leuk. Dan wou ik dat ik dat ook eens kon doen.’’ Toch heeft zij ook een kritische noot naar de draagsters toe. Volgens haar dragen veel meiden de hoofddoek namelijk niet goed. “Soms combineren ze het met een skinny jeans, strakke truitjes en veel make-up. Eigenlijk hoort dat niet. Van een moslima verwacht je iets meer kuisheid. Niet iedereen houdt zich hieraan.’’ Fatma is het hier gedeeltelijk mee eens. In de Turkse gemeenschap ziet ze dat de hoofddoek, net als andere mode-items, nog wel eens van look verandert. “Momenteel is het in Turkije hip om de bovenkant van de hoofddoek puntig te maken. Ook zie ik vaak meiden met een bolle hoofddoek lopen. Ze proppen er dan sokken, doeken en andere spullen in zodat de hoofddoek extra hoog wordt. De zijkant combineren ze met kant of met tierelantijntjes die langs het gezicht vallen. Zelf vind ik het leuk om te zien, maar als ik ooit een hoofddoek zou dragen, zou ik het niet zo doen.’’
De vriendinnen van Fatma en Sema kopen vaak stoffen op de markt. Thuis maken ze hier hoofddoeken van. Ook wordt de hoofddoek vaak in het buitenland gekocht. 65 Procent van de hoofddoekdraagsters vindt het hoofddoekassortiment in de Nederlandse winkels onvoldoende. De meeste vrouwen van Turkse en Marokkaanse achtergrond kopen hun hoofddoek in Turkse of Marokkaanse winkels, op de markt, in het buitenland of bij de H&M of V&D. Uit mijn eerdere observaties en ervaringen bleek al dat de H&M een populaire winkel voor jonge moslima’s is. Dit komt mede door het brede assortiment aan sjaaltjes en andere accessoires. De sjaaltjes worden, vooral onder de vrouwen van Marokkaanse afkomst, gecombineerd met een basissjaal, die ze onder de buitenste doek dragen. Hierdoor kun je naar hartenlust experimenteren met verschillende stijlen, kleuren en looks. De Hema daarentegen, blijkt geen populaire winkel onder de hoofddoekdraagsters te zijn. Dat komt onder meer door het gebrek aan sjaaltjes en hoofddoeken.
Het op- en afdoen van een hoofddoek lijkt erg veel moeite te kosten, maar het tegendeel blijkt waar. Gemiddeld doet een draagster er 6 minuten over om de hoofddoek op te doen. Ruim driekwart van de ondervraagde draagsters doet het in minder dan 5 minuten tijd. Ervaring baart kunst, als de vrouwen eenmaal weten hoe ze de hoofddoek willen dragen, zit hij er in een mum van tijd op.
De geïnterviewden die meededen aan het Grote Hoofdboek Onderzoek gaven aan dat ze prinses Maxima weleens met een hoofddoek zouden willen zien. Ook Rita Verdonk eindigt hoog in het lijstje die de onderzoekers van het onderzoek samenstelden. Prinses Maxima met een hoofddoek portretteren of fotograferen, kan een goede manier zijn om de hoofddoek in een positiever daglicht te stellen. “Het is in ieder geval een erg mooie vrouw die de multiculturele samenleving positief benaderd. Heeft zij niet ooit gezegd dat de Nederlander eigenlijk niet bestaat?’’, voegt Fatma hier aan toe. Hoe dan ook, de ondervraagden vinden ook dat Koningin Beatrix, Katja Schuurman, Yolanthe Sneijder Cabau en Sylvie van der Vaart wel een keertje een hoofddoek op kunnen zetten. “Het zou ze denk ik erg mooi staan’’, vindt Sema, die eerder aangaf dat vrouwen met een hoofddoek ook aantrekkelijk kunnen zijn.
WIE WIL JE MET EEN HOOFDDOEK ZIEN?
1. Prinses Maxima
2. Rita Verdonk
3. Koningin Beatrix
4. Katja Schuurman
5. Yolanthe Sneijder Cabau
6. Sylvie van der Vaart



mashaallah!!!!
dankuu voor die informatie